Indië-herdenking 2015 – een overdenking

De jaarlijkse Indië-herdenking staat weer voor de deur op 15 augustus. Dit jaar is het 70 jaar geleden dat de oorlog eindigde en de Indische diaspora begon. Ik val dus niet zomaar met de deur in huis. Een overdenking over herdenking, over vroeger en later, over het opknappen van oude deuren en het openen van nieuwe.

Mensen die mij kennen, weten dat ik rond deze tijd van het jaar met gemengde gevoelens rondloop wat betreft ‘15 augustus’ en dat ik altijd opgelucht ben als het de 18e is (want met de 17e heb ik al helemaal niet veel). Op 15 augustus worden de slachtoffers van de Japanse bezetting in Azië herdacht bij het Indisch Monument in Den Haag. Op die dag in 1945 capituleerde Japan. Daarmee kwam een einde aan de oorlog in Zuidoost-Azië en tegelijk aan de Tweede Wereldoorlog voor het Koninkrijk der Nederlanden. Althans, zo luidt de officiële omschrijving.

Indisch Monument, Den Haag
Het is goed dat er een herdenking is; dat er her-dacht en na-gedacht wordt. Het is goed dat er een Indisch monument is, ook al kwam het er pas laat, in 1988. Opgericht ter nagedachtenis aan alle Nederlandse burgers en militairen die in de Tweede Wereldoorlog het slachtoffer zijn geworden van de Japanse bezetting (1941-1945). Nog iets later, in 2002, kwam er het Indië-monument bij, ter nagedachtenis aan circa 161 Haagse militairen die in de periode 1945-1962 gesneuveld zijn bij de strijd in het voormalig Nederlands-Indië (want Nederland ging pas in 1949 over tot de soevereiniteitsoverdracht en ging dus nog even door met oorlog voeren, wat een groot aantal onnodige slachtoffers aan beide kanten eiste, ook tijdens de Nieuw-Guineakwestie die nog voortduurde tot 1962). In 2004 werden nog enkele namen aan het monument toegevoegd. De Indische monumenten; onze voorouders. Het is goed om het verleden niet te vergeten. 

Iedereen herdenkt en gedenkt op zijn eigen manier. Ik heb daar respect voor en ook ik herdenk op mijn eigen manier. Ik brand mijn kaarsje bij de familiefoto’s, niet alleen op de 15e, uit respect voor het leed dat mijn vader, ooms, tantes, mijn grootouders en zo ontzettend veel anderen hebben doorstaan in Jappenkampen, tijdens dwangarbeid, aan de Birmaspoorweg, maar ook tijdens de Bersiap, de revolutie en de gedwongen emigratie naar Nederland met alle gevolgen van dien (verplichte assimilatie, discriminatie, contractpensions etc.).

De oorlog was voor hen niet afgelopen op de 15e augustus, integendeel: de ellende ging gewoon door. Vooral toen twee dagen later, op 17 augustus, Soekarno de Republik Indonesia uitriep, brak de hel los. Dát leed herdenk ik ook. Uiteraard moest Indië onafhankelijk worden; Nederland had daar immers niets te maken. Maar dat de woede  op bloedige wijze werd afgereageerd op met name de Indo's en andere etnische groepen, puur vanwege hun afkomst, blijft voor mij onverteerbaar. Net zoals de eeuwenlange onderdrukking en uitbuiting door ons kodok-landje onverteerbaar blijft. Om over de gruweldaden van de Japanse bezetter nog maar niet te spreken.

Getuigenissen tijdens de herdenking, en toespraken van mensen uit de Indische gemeenschap die ofwel direct of indirect door familiebanden betrokken waren bij de gebeurtenissen daar, zijn gepast en onmisbaar voor dit onderbelichte deel van onze 'vaderlandse' geschiedenis. Ik heb bij het herdenken echter geen behoefte aan kransleggingen in het kader van politieke correctheid ten gunste van de imago’s van hooggeplaatste personen, ‘royalty’, of Nederlandse politici die al 70 jaar het lak hebben aan de Indische kwestie(s).

Ik heb geen behoefte aan geveinsde sympathie van mensen die eigenlijk ons bestaan niet eens erkennen en het fatsoen niet hebben opgebracht om hun koloniale geschiedenis eerlijk te onderwijzen. Ik heb op die dagen geen behoefte aan rood-wit-blauw, evenmin als aan rood-wit. Nee, ik herdenk in stilte, door te schrijven, te tekenen en ik kijk liever vooruit, naar de toekomst, zonder het verleden daarbij te vergeten. 

‘Het verleden niet vergeten’; de oude deuren die eens per jaar even opengaan, doen dat steeds moeilijker, worden krakkemikkig en zijn nodig toe aan onderhoud. Ouderdom komt met gebreken, ook voor de ruim 400 jaar oude deuren, uit koloniaal tropisch hardhout vervaardigd. Onderhoud is noodzakelijk om de deuren in de toekomst nog te kunnen laten functioneren.

Er zijn echter ook nieuwe deuren nodig die naar de toekomst leiden. Die nieuwe deuren hebben allen echter één manco: ze kunnen niet functioneren zonder de oude deuren, die de poort naar het verleden vormen. Één zo’n oude deur in het bijzonder heeft erg veel last van houtworm. Wat wil je ook, na zo’n 400 jaar achterstallig onderhoud, waarvan met name in de laatste 70 jaar de meeste houtrot is opgetreden. Deze  deur is danig in verval geraakt en aan een grondige renovatie toe: het is de deur waarin het woordje ‘onderwijs’ is gekerfd (ooit gedaan door een van onze oermoeders, met een vlijmscherpe kris). Onder het woord ‘onderwijs’ staan de woorden ‘koloniale geschiedenis’, in bloed geschreven. Na zoveel jaar verwaarlozing mag die deur best eens worden opgeknapt, aangezien de gevolgen van dat achterstallig onderhoud al merkbaar zijn geworden bij een groot deel van de huidige generatie Indische jongeren. 

???
Het niet weten waar je vandaan komt en wat je geschiedenis is, de verwarring over wat wel of niet Indisch is, het verschil niet weten tussen Indisch en Indonesisch, jezelf halfbloedje (of nog erger: kwartbloedje) noemen, krom praten à la Tante Lien, denken dat de Indonesische vlag de jouwe is, denken dat de Indische cultuur enkel en alleen een eetcultuur is (die je dan ook nog ‘Indonesische’ keuken noemt in plaats van ‘Indische’), of erger: je Indische afkomst niet willen kennen; dit zijn enkele voorbeelden van die gevolgen. Dit is beslist géén verwijt naar de jeugd toe, en evenmin een betuttelend wijsvingertje naar de oudere generaties. Wie dit wél als zodanig interpreteert, kent mij sowieso niet, en moet echt beter lezen. Het is juist een voorzet voor een renovatieplan. Heel veel Indische jongeren zitten met allerlei vragen waarop ze geen antwoord krijgen of kunnen vinden. Daardoor ontstaan misverstanden (zoals op bijgaande illustraties). Voor deze groep zet ik mij juist al geruime tijd in.


Veel ouders weten zelf ook niet hoe de vork in de steel zit omdat hun ouders zwegen, aangezien het leed te groot was om over te praten. Of omdat er geen tijd of ruimte was om echt te praten, aangezien iedereen zo snel mogelijk na aankomst hier het moest zien te redden.

Voor de eerste generatie was géén psychologische ondersteuning voor oorlogstrauma's, vergeet dat niet. Daar komt voor de tweede en volgende generaties dan nog eens de onderwijsfactor bij, die nog hardnekkiger zweeg dan de eerste generatie! Er zijn in het verleden wel wat individuele onderwijsprojecten geweest, maar die zijn allemaal klein gebleven en niet geïntegreerd in het landelijke onderwijs. Altijd weer is het excuus van de scholen: 'sorry, er is geen geld voor' of het 'past niet in het lesprogramma'. Dat kwam de huisbaas alleen maar goed uit, die niet graag over de zwarte bladzijden uit zijn koloniale verleden sprak..

Die huisbaas daar op het Binnenhof drukt al jaren zijn koloniale snor (die overigens al jaren uit de mode is, net als het witte tropenpak), laat niets van zich horen en weigert de deur te renoveren. Het is gebleken dat wij daar niet op kunnen rekenen. Dan zijn wij toch echt genoodzaakt om het een en ander zelf op te knappen? Er is dus (veel) werk aan de toko voor ons allemaal! 

Onderwijs begint thuis, niet op school, in tegenstelling tot wat veel mensen wellicht zullen denken. Wie na vier eeuwen nog steeds de illusie heeft dat wij als Indo’s, Molukkers of Papua’s en wat dies meer zi,j gewoon op school in de geschiedenisboekjes aan bod komen, kan maar beter gewoon verder slapen. Het doorgeven van cultuur en het vormen van een eigen identiteit, een Indisch bewustzijn, begint thuis: dat heet opvoeden. Opvoeden is een zware taak, maar geen onmogelijke. Het vergt wel enige research en kennis, want de opvoeders missen zelf een enorme brok aan informatie (alweer dankzij die vervelende huisbaas die onze gebruiksaanwijzing heeft weggegooid in een van de vele doofpotten).

Research? Waar kun je dan het beste beginnen? Het antwoord is zo simpel. Verbeter de Indische wereld en begin bij jezelf! Het uitzoeken van je stamboom, je familiegeschiedenis, kan bijvoorbeeld een mooie aanleiding zijn, een begin om interesse te wekken voor de Indische achtergrond. Als je je familiegeschiedenis gaat onderzoeken, zul je zien dat die je vanzelf meeneemt door de koloniale eeuwen. Tegelijkertijd bouw je een basis op, een kennisbron voor hen die na jou komen en die op zoek gaan. Je eigen geschiedenis is minstens zo belangrijk als die van een heel volk, maar helaas wordt die nogal eens overgeslagen omdat het veel werk is en omdat iedereen het tegenwoordig druk heeft. Tja, je moet er wel wat voor over hebben natuurlijk.. 

TOT SLOT Van die huisbaas hoeven we niets te verwachten, dat is duidelijk; het is aan de bewoners zelf om voor het onderhoud te zorgen. En volgens mij kunnen wij dat zelf ook veel beter! En laten we eerlijk zijn en de hand eens in eigen boezem steken; we kunnen alles wel afschuiven op die huisbaas, maar we hebben het onderhoud zelf ook verwaarloosd met z'n allen. We kunnen nóg wel 70 jaar gaan wachten tot de huisbaas eens iets gaat doen (dan is het 2085!), maar dat schiet ook niet op. Kennis is macht! 

© Anneke van de Casteele
voor De Kritische Katjang
2015



Populaire posts van deze blog

GARUDA, een beladen symbool

PEPERNOTEN TYPISCH HOLLANDS OF...?

Hoe Indisch is de Indische keuken?